Het geluid ketst alle kanten op

Maandagavond 26 maart rond kwart over 7 loopt Hal 36 op het Zwitsalterrein vol met de koren Novum Canticum, OZON en Circle of Life. Muziekvereniging Eendracht en actrice Merel Strikker arriveren ook. Het is tijd om de puntjes op de i te zetten voor onze Van Zwitsal naar CODA scène: Voor eens en altijd.
Regisseur Nicole Vervloed heeft na de eerste repetitie van een aantal weken geleden nog de nodige wijzigingen aangebracht zodat het publiek nog meer van alles kan genieten. Iedereen wordt door haar op zijn of haar juiste plek gezet. Ook voor de verdere aankleding is goed gezorgd.


Femke Ratering heeft de nodige kostuums/kleding meegenomen zodat er een nog betere sfeertekening gemaakt kan worden over de tijd waarin het stuk zich afspeelt. Ook de koren en de fanfare worden speciaal aangekleed om dit overal in door te trekken. Nog een paar aanpassingen die op de volgende repetitie komen en dan moet alles goed zitten.
Het koor heeft ondertussen een gedeelte van de voorstelling een paar keer gezongen. De muzikanten proberen in deze tijd hun instrumenten warm te houden want zo warm is het nu nog niet in de hal.
Na nog wat laatste aanwijzingen kan ook de muziek van zich laten horen. Lucas Wiegerink loopt rond om alles in goede muzikale banen te leiden. Aangezien de fanfare erg enthousiast is ketst het geluid alle kanten op. Toch maar het verzoek om iets zachter te spelen. Voor de muzikanten is het ook wennen om in zo’n grote hal te spelen waar het geluid alle kanten op kan gaan. Maar na een paar keer de muziek doorgespeeld te hebben begint het steeds meer te wennen.


Even een korte pauze met tijd voor thee en koffie en dan nog een keer alles achter elkaar doorspelen. Kijken hoe we uitkomen met de tijd en wat er nog moet gebeuren voor het slot.
Nog één repetitie te gaan volgende week en dan moet het allemaal zitten. Muzikanten, koorleden en actrice hebben er erg veel zin in en hopen u te ontmoeten op één van de voorstellingsavonden.

Margo Hulleman

[flickr_set id=”72157667186103248″]
foto’s Pierre Pinkse